donderdag 14 februari 2008

Tief sein und tief scheinen

Ah, Nietzsche is het met me eens.
"Wer sich tief weiss, bemuht sich um Klarheit; wer der Menge tief scheinen mochte, bemuht sich um Dunkelheit. Denn die Menge halt Alles fur tief, dessen Grund sie nicht sehen kann; sie ist so furchtsam und geht so ungern in's Wasser." (met puntjes, maar die kan ik niet vinden op dit toetsenbord) (Frohliche Wissenschaft, 173)

Dat schreef hij waarschijnlijk in Genua

donderdag 7 februari 2008

Een donderdagmiddag in Genua

Het was 17 graden vandaag! Met een felle zon die je in Nederland alleen in hartje zomer tegenkomt. Ik heb, wederom in slechts een shirtje (en een broek natuurlijk, grapjas) op de rotsen gezeten en over zee uitgekeken, naar de vissers, en de bootjes, en de golven die tegen de rotsen slaan.

En toen ik terugwandelde hoorde ik de kerkklokken slaan. En toen heb ik de mis bijgewoond. Niet omdat ik mijn christelijk geloof heb teruggevonden (sorry paps en mams) maar meer voor uhm .. antropologisch onderzoek. Ik moet eerlijk zeggen dat daat wel een beetje ongemakkelijk voelde, tussen al die mensen die zo door en door geloven. Vooral toen de pastoor verkondigde dat het kwaad niet in de samenleving huist, maar in de indivuduele mens - de heiden- zelf, die zondig is, kreeg ik wel even rillingen over mijn rug. De kerk zat stampvol met voornamelijk oude dametjes, waarvoor de kerk ook een sociale functie heeft. Daar worden de laatste roddels besproken (de dochter van die is zwanger en die andere is al weken niet aanwezig - schande!). Toen de pastoor de laatste woorden had uitgesproken begon er gelijk een gekwebbel op vol volume. Er wordt niet gezongen in de kerk, maar wel heel veel gepraat (ook in de kerk hebben Italianen veel woorden nodig natuurlijk), maar wel in italiaans tempo dus zo lang duurde de mis niet. En er wordt veel in koor het geloof beleden. Ik kreeg nog een wantrouwende blik van de pastoor toegeworpen omdat ik niet mee deed met het hardop belijden van het geloof. Maar hij heeft me nog wel willen zegenen gelukkig (of zoiets, volgens mij kreeg ik wijwater over me heen gesprenkeld, misschien ben ik wel opnieuw gedoopt..), dus misschien viel ik niet helemaal door de mand. Daarbij was ik een kop groter dan de meeste aanwezigen, en zie ik er niet heel italiaans uit, dus hij zal wel gedacht hebben dat dat de redenen waren waarom ik niet meekwam met de geloofsbelijdenissen. Maar de oude dametjes waren allang blij iemand van onder de 30 in de kerk te zien...

dinsdag 5 februari 2008

Genua



Ik woon in de mooiste wijk van Genova. Onder mij woont de gouverneur van Genova en meer van dat soort mensen. Mensen van welstand. Mensen met geld. Ik ben maar een meisje uit Raalte maar dat weten zij niet. Ik ben Nederlandse en dat is goed, want Nederland is modern. Een beetje zoals Amerika. Daarbij studeer ik Filosofie. Dus ik mag er ook bijhoren. Mijn nieuwe huisbazin studeerde ook filosofie. Ze heeft roze haar, roodgestifte lippen en draagt een bontje om haar schouders. Ze is aardig voor me, in ieder geval zolang ik doe wat zij zegt. Ik schrijf mijn scriptie over Spinoza en dat is goed. Ze houdt van Spinoza, vooral van het feit dat hij zijn Ethica in geometrische vorm heeft uiteengezet. Ik heb maar niet verder gevraagd. Verder houdt ze van Kunst. Daar heeft ze een boekje over geschreven. Het boekje heeft ze op de keukentafel achtergelaten. Nu is het dus de bedoeling dat ik haar boekje lees, en zeg dat het goed geschreven is en interessant. Bovendien moet ik mee naar de expositie van de kunstwerken uit het boekje. En dan de goede dingen zeggen. Laatst vroeg ze me of ik van kunst hield. Ik zei dat ik daar geen algemeen antwoord op kon geven, van sommige kunst wel, sommige niet. Van veel contemporaine kunst houd ik niet zo. Ik weet niet of dat het goede antwoord was. Ik moet de goede mensen groeten. De buurvrouw van rechts, een oud zeurwijfje, daar moet ik vriendelijk tegen zijn en praatjes mee maken. De overbuurvrouw mag ik niet groeten, want daar heeft ze slechte verhalen over gehoord, bovendien kent ze haar niet. Op de eerste dag moest ik 4 uur wachten omdat ze er nog niet was, en ik heb mijn koffers toen een tijdje bij de verkeerde buurvrouw laten staan. Ik zal het nooit meer doen mevrouw. Ik heb twintig formulieren ondertekend om hier te kunnen wonen. En nu stuurt ze me 5 smsjes en belt me 2 keer per dag om me te zeggen dat ik een fiscale code aan moet vragen, en of ik dat al gedaan heb. Dat het echt dringend is. ‘Heil f”uhrerin’ denk ik, maar ik houd me in.

Ze woont niet hier dus het is allemaal geen probleem. Ik woon op de bovenste verdieping van een prachtig huis met een marmeren trap en een rode loper bij binnenkomst. Binnen is het voornamelijk IKEA wat de klok slaat. Plastic. Ik zit aan de keukentafel, met het grote keukenraam wijdopen. Ik zie de zee net niet, want ook het huis wat voor mijn huis staat is groot. Ik hoor de zee wel, de auto’s helaas ook. Ik zit hier in een t-shirtje. Dat kan want het is warm en de zon schijnt fel. De zon baant zich een weg naar binnen en gloeit op mijn huid. Ik eet gnocchi di patate al pesto genovese (smaakt niet zoals in het glazen bertolli potje), met een glas aqua minerale, zoals dat hoort rond 2 uur ‘s middags. De wijn mist nog maar die ben ik vergeten te kopen.

Ik heb me voor een cursus salsadansen ingeschreven, op vijf minuten lopen van mijn huis. Ook wil ik gaan skeeleren en racefietsen langs de kust, en, mocht ik ooit nog geld over hebben, leren windsurfen. Hoe anders is Genova vergeleken met Bologna, hoeveel verschil maken die 3,5 uur. De zon en de schone lucht maken dat ik zin heb om buiten te zijn. Dat ik zoveel mogelijk warmte van de zon op wil vangen. Ik heb weer zin om te leven. Ik ga zo naar zee, om op de rotsen te zitten en op zee uit te kijken, naar de grote vrachtschepen en kleine bootjes en naar hoe de zee tegen de rotsen slaat die vlak voor mij liggen.

woensdag 23 januari 2008

Nederland. Zo gek nog niet





Italianen en Filosofie

Hoogcultuur met de grote H. Want dat is belangrijk voor de italianen. De Boeken met de grote B van de Namen met de grote N moeten worden gelezen en becommentarieerd. Zoals het hoort natuurlijk. En de klassiekers hoor je goed te vinden. Dus de Ilias en Aristotoles en Plato zijn onze voorbeelden. En iedereen die eenmaal op een voetstuk staat is goed, en daar zal iedereen het mee eens zijn!

Gister ging ik naar een lezing van een heel bekende, grote italiaanse filosoof (zo werd mij verteld), over de filosofie van het concept reizen, zoals u weet een groot thema uit de geschiedenis (want dat is belangrijk). Zijn autoriteit stond vanaf het begin al vast, want: Het is zo'n grote man, en hij is zo belangrijk voor de italiaanse cultuur(en als italianen dat in hun leven 10 keer hebben gehoord, dan nemen ze dat vanzelf over). Ah bovendien is hij de burgemeester van Venetie (ja, dat kan gewoon, burgemeester en filosoof tegelijk zijn, hier begon ik al iets te twijfelen over de grootheid van de meneer in kwestie) De ingredienten waren klassiek of in ieder geval algemeen geaccepteerd: De ilias van Homerus, die van James Joyce, en dan nog wat aristoteliaans gedefinieer in de zin van 'De mens is ....', De filosoof is ....', De reis is '....', De reis heeft een doel. De reis is een samenkomst van ervaringen (oeeh diep!). Tegenwerpingen werden gelijk door het publiek uitgejoeld, en overigens ging de spreker daar maar al te graag in mee, en liet alleen zijn vriendjes de professoren wat zeggen. Een paar mooie quotes:

'De anathon van de filosoof, een grieks begrip, wat moeilijk te definieren is, maar zoiets als 'het hoogste', 'Het ultieme goed' is niet-zijn, geen zijn maar niet-zijn, het is geen creatie, maar de-creatie'
'De reis is een samenkomst van ervaringen, en heeft altijd een doel'
'De ware kennis ligt in de taal. De ware kennis ligt in de taal! Er is geen waarheid buiten die taal'

(even later) 'maar de waarheid is boven de taal! Boven de taal, buiten de taal!'

Waar het op sloeg, ik heb geen idee. Een vriend vraagt aan mij bij het naar buiten gaan: 'Heb je het gesnapt? Vast niet he? Het was best moeilijk'. Maar volgens mij heb ik alles gesnapt wat er te snappen viel. Dat het allemaal larie is, verpakt in een mooi Heideggeriaans/aristoteliaans verhaaltje. Filosoferen als generalisatie, net of er meer te zeggen valt als alles gegeneraliseerd wordt. Op een begeven moment begon hij zelf de westerse mens te definieren: De westerse mens is op zoek, vindt geen rust.

Nee, want die lui uit azie zitten altijd alleen maar een potje te mediteren en rustig te zijn. (volgens mij moet die meneer zelf een keer op reis gaan, in plaats van in zijn studiekamer in Venetie Plato en Aristotoles en Homerus te lezen)

Er was een man die zij dat hij het niet helemaal met zijn Joyce-interpretatie eens was. Dat Joyce meer dan hem met Homerus te kunnen vergelijken, in de nihilistische traditie van Duchamp staat, en het dadaisme. Het enige antwoord dat meneer daarop wilde geven was, met een lichtelijk autoritaire stembuiging: 'Nou, ik prefereer toch de mijne.' Met bijval van het publiek uiteraard, die in gelach en geklap uitbarsste en vervolgens alle pogingen van de man om een reactie te geven onderdrukte met uitlachen en een luid sssstttt!. (Ik ken James Joyce niet zo goed, maar volgens mij had de man best een punt)

Maar het was briljant om mee te maken, jammer dat ik mijn voice-recorder niet bij me had.

Het had mij een experiment geleken als hij nou een verhaal had verteld over een blauw olifantje in het bos, en er daarna de filosofische betekenis van had uitgelegd. volgens mij zouden de mensen dan nog steeds zo onwijs geinteresseerd zitten te kijken 'goh, wat een diepe dingen vertelt die man he (ik snap er geen barst van, maar hij is de autoriteit, dus hij zal wel heeeeele diepe dingen te zeggen hebben)

De mensen in het publiek waren zo onder de indruk van deze wijze man. Wat een schouwtoneel!

Ah, nog een leuk verhaaltje over italiaanse filosofen. Een docent aan de UvA had me al gewaarschuwd dat italiaanse docenten een soort van Goden zijn. Nou, ik heb er een ontmoet. In alles wat hij deed werd duidelijk dat hij degene was met autoriteit: zijn houding, zijn stembuigingen, de manier waarop hij studenten indringend in hun ogen keek terwijl hij door de zaal rondliep (terwijl die studenten vervolgens verlegen naar beneden staarden). Wanneer ik na college in een barretje openlijk mijn twijfels over enkele standpunten had geuit, werd ik door een italiaanse studente behoorlijk op mijn plaats gezet. 'Je moet niet denken dat je het beter weet dan hem, hij is een grote filosoof (daar komt'ie weer, dat gegooi met dat 'de grote ..') en heeft al 30 jaar Aristotoles gestudeerd. Bovendien is Aristoteles een grote filosoof, en je moet niet denken dat jij daar kritiek op kan hebben. Misschien moet je maar eens wat beter nadenken voordat je iets zegt. Zowiezo is filosofie er niet voor om je eigen mening te hebben. In filosofie studeer je de teksten van de filosofen en die probeer je zo goed mogelijk te interpreteren.'

Ook de docent was het daarmee eens: In het autoritaire spel was hij niet de hoogste baas. Nóg hoger stond voor hem dé filosoof : Aristoteles. Aristoteles’ macht was onaantastbaar. En ook daar was ik het niet mee eens. Ik vind dat Aristotoles al lang door de geschiedenis is ingehaald (ik ben niet de enige trouwens, laat ik dat er nog even bijzeggen).

Op een dag, tijdens een nogal saai college, zei de docent opeens, na minstens tien keer herhaald te hebben hoe ongelooflijk moeilijk het argument van determinisme wel niet was: 'In de filosofie zijn er geen leraren (ongetwijfeld had hij die opmerking niet zelf verzonnen, maar van iemand van de Filosofen met de grote F) en het onderwerp is zo moeilijk dat ik er zelf niet helemaal uit kom, dus zou ik jullie om hulp willen vragen.' En hoewel ik mezelf achteraf besefte dat dit helemaal niet als een uitnodiging tot discussie was bedoeld, maar meer als een poging willekeurige reacties van mondige studenten uit te lokken, om die vervolgens te weerleggen, besloot ik mijn kans te grijpen en in te zetten met een felle aanval op Aristotoles’ visie van determinisme. Ik zette er mijn Spinoziaanse visie van determinisme tegenover, met goede uitleg.

Ik wachtte gespannen af wat voor antwoord er zou volgen....
Niets! De docent verboog mijn argument zodat het niet mijn argument meer was en met een zwakke tegenwerping daarop besloot hij dat ik mijn zegje gedaan had. Hups, in de prullebak ermee.

Maar ik voelde me beledigd! Dat wat een groot punt zou moeten zijn om over te discussieren, dat wat Aristoteles' wereld had moeten laten beven en een fel licht had moeten werpen op wat er absoluut niet deugde aan de Aristotelesargumentatie, zodat alles duidelijk zou worden en de docent in het vervolg goed college zou kunnen geven over dit onderwerp, werd in twee minuutjes afgedaan en weggeworpen.

Dus ik ging naar de docent in de pauze, om uitleg te vragen. En die zei: 'Spinoza.....hmmm.....Dat is wat heel anders dan Aristoteles'

Manon: 'Ja zeker, heel anders. Maar waarom was u het nou niet met me eens?'

'Heel anders. Spinoza grijpt niet op Aristoteles terug. Meer op de stoici.'

Manon: 'Ja, maar hij was geen stoicus'

(zichtbaar ongemakkelijk)'uhmm..nee'
'Maar Spinoza is heel anders dan Aristoteles'

Manon -nog steeds vergezeld met een vriendelijke glimlach uiteraard-'Ah, is dat waarom u niet van Spinoza houdt?'

'Nee, Ik ben best geinteresseerd in de Stoici'

Dus. Daar kon ik het mee doen.

En toen volgde mijn straf: ik werd structureel genegeerd in het volgende college. Zijn fixatie op hulpeloze studentenblikken ging over van de student aan mijn ene zijde tot degene aan de andere zijde. Het Goden-ego was duidelijk gekwetst.

Italie en Filosofie: Geen goede combinatie.

woensdag 12 december 2007

Genova

Hier woon ik vanaf Januari:





zondag 9 december 2007

Een teken van leven

Sorry vrienden. Ik leef nog! Al zijn de omstandigheden niet zo optimaal als ik zou willen. Ten eerste moet je om filosofie te studeren niet in Italie zijn. Ik was gewaarschuwd door meneer Groenendijk, maar nu zag ik het zelf: De italiaanse professor (vooral die in filosofie!) is een soort God hier. Ook al verdient hij niet zoveel, zijn sociale status is onwijs veel groter dan die van een universitair docent in Nederland. En waag het niet om als eigenwijze filosofiestudent aan die ivoren toren te komen.. Goed, dat deed ik dus wel. Vrij goed vond ik, met argumenten, rationeel, zoals dat hoort in filosofie. Was niet ok. De docent gaf me -- als waardering voor mijn tekst (en aangezien de normering ging van -- tot +++ betekent dat dus: heel slecht) en enige discussie was onmogelijk. Met japans gaat het gelukkig wel goed, dus ik probeer me daar nu op te storten. Alsmede op het schrijven van mijn bachelorscriptie. Maar ook dat gaat niet van harte. De omstandigheden zijn niet optimaal. Bologna heeft niet mijn hart gestolen en ik heb de neiging hier weg te gaan. Dat heeft nog een belangrijke reden, en heeft te maken met de geografische ligging van de stad. Bologna ligt in Noord italie, vrij in het midden, en is omgeven door bergen. Dat betekent dat alle lucht en alle vochtigheid in het bergdal blijft hangen. In de zomer stikt men van de klamme hitte, in de winter blijft de griep in de stad hangen en drinkt de vochtige koude lucht zich door je kleding heen en blijft ook de griep hangen. Ik ben inmiddels al twee keer twee dagen ziek geweest (en ik ben normaal nooit ziek) en heb al drie keer onwijze pijn aan mijn keel gehad, waarvan een keer keelontsteking. Dit is geen stad voor gevoelige wezens. Het weer lijkt op de mensen over te slaan, die zo koud en grijs zijn als de lucht die boven Bologna hangt. Op straat zie ik weinig mensen waarvan ik de behoefte voel om ze beter te leren kennen. De blikken zijn koud en op materiele zaken gericht. Mensen kopen prachtige kleding en mooie huizen om zich beter te voelen, voor een tijdje. Het bolognese accent doet pijn aan mijn oren. De vrouwen hebben hoge kraakstemmen waarmee ze praten over zaken die het niet waard zijn om zoveel woorden aan vuil te maken.

Dus, er treedt een wending om in mijn persoonlijk klimaat hier. Ik maak in ieder geval het semester af en dan zie ik wat ik doe (kijk eens het voordeel van je een jaar uit je naad werken zodat je een jaar in vrijheid kunt leven) Natuurlijk zijn er ook positieve kanten. De huisbazin (of "huisoma") is een schat die veel te vriendelijk is en daardoor moet lijden (ze heeft haar kinderen te veel verwend en lijdt nu onder alle ruzies om geld wat haar dochters van haar eisen). Maar we hebben goede gesprekken en kijken samen stomme tv-programma's. Ze bekommert zich om me als ik een paar dagen wegga en ze vriest bananen voor me in als ik keelpijn heb. Verder heb ik wat mensen ontmoet die ik heel erg mag. Grappig genoeg komen ze allemaal uit zuid-Italie. Er is een groep van muzikanten en een groep van luisteraars die elkaar elke week ontmoeten. Verder zijn er een groep studenten waar ik mee uitga naar leuke verborgen plekjes in Bologna. Maar blijkbaar is dat niet genoeg voor mij. Wordt vervolgd..